Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV)

terug

De belangrijkste onderwerpen uit de cao lees je op deze pagina. De informatie is gesplitst in drie delen:

Deel A
Basis arbeidsvoorwaarden voor uitzendkrachten én payrollkrachten

Deel B 
Extra arbeidsvoorwaarden voor uitzendkrachten

Deel C
Extra arbeidsvoorwaarden voor payrollkrachten

 

Het verschil tussen payroll- en uitzendkrachten staat hier uitgelegd.

Deel A: basis voor uitzend- en payrollkrachten

Arbeidsduur

Klik hier om de link naar dit onderdeel te kopiëren.
Wat is het aantal uur in een standaard werkweek? Klik hier om de link naar deze vraag te kopiëren.

De standaard arbeidsduur is 38 uur per week.

Bron: artikel 4.1

Wat is het aantal uur op een standaard werkdag? Klik hier om de link naar deze vraag te kopiëren.

De standaard werkdag is op maandag t/m vrijdag en valt tussen 07.00 en 21.00 uur. 

Bron: artikel 4.2

Overwerk en toeslagen

Klik hier om de link naar dit onderdeel te kopiëren.
Welke afspraken zijn er voor overuren? Klik hier om de link naar deze vraag te kopiëren.

Er is sprake van overuren als: 

  • op maandag tot en met vrijdag de werknemer langer heeft gewerkt dan contractueel met hem is overeengekomen;
  • op zaterdag, zondag of een feestdag wordt gewerkt, tenzij dit tot de functie behoort.

De opdrachtgever kiest of de overuren uitbetaald worden of dat door de werknemer vrijaf (zie tijd-voor-tijdregeling) genomen wordt. In onderstaande tabel staat aangegeven op welke momenten werknemers een toeslag ontvangen op hun bruto uurloon.

Dag Tijdstip Situatie Percentage
Maandag t/m vrijdag 00.00 - 24.00 uur Minder dan 40 uur gewerkt 116,33%
Maandag t/m vrijdag 00.00 - 24.00 uur Meer dan 40 uur gewerkt en binnen de bedrijfstijden 125%
Maandag t/m vrijdag 00.00 - 24.00 uur Meer dan 40 uur gewerkt en buiten de bedrijfstijden 150%
Zaterdag 00.00 - 13.00 uur   125%
Zaterdag 13.00 - 17.00 uur   150%
Zaterdag 17.00 - 24.00 uur   200%
Zondag 00.00 - 24.00 uur   200%
Feestdag 00.00 - 24.00 uur   200%

 

Bron: artikel 6:1 en 6:2

Welke afspraken zijn er voor onregelmatigheidsuren? Klik hier om de link naar deze vraag te kopiëren.

De cao kent geen regeling voor onregelmatigheidsuren en feestdaguren.

Welke afspraken zijn er voor ploegenuren? Klik hier om de link naar deze vraag te kopiëren.

Per bedrijf kan er een ploegenurenregeling afgesproken worden. Bij aanpassing van bestaande toeslagen voor ploegendiensten of invoering van nieuwe toeslagen voor ploegendiensten zal dit in overleg met de vakorganisaties gebeuren.

Bron: 6:3

Welke afspraken zijn er voor verschoven uren? Klik hier om de link naar deze vraag te kopiëren.

De cao ken geen regeling voor verschoven uren.

Welke afspraken zijn er voor werken onder fysiek belastende omstandigheden? Klik hier om de link naar deze vraag te kopiëren.

De cao kent geen regeling voor werken onder fysiek belastende omstandigheden.

Welke afspraken zijn er voor reisuren? Klik hier om de link naar deze vraag te kopiëren.

De cao kent geen regeling voor reisuren.

Inschaling

Klik hier om de link naar dit onderdeel te kopiëren.
Welke referentiefuncties kent de cao? Klik hier om de link naar deze vraag te kopiëren.

De cao kent geen referentiefuncties. Functie-indeling vindt plaats met behulp van de Functieniveaumatrix of, voor leidinggevende functies, aan de hand van het Instrument Leidinggeven.

Bron: artikel 5:13

Welke loontabellen kent de cao? Klik hier om de link naar deze vraag te kopiëren.

De cao kent de onderstaande loontabellen. Bijbehorende bruto uurlonen staan voor uitzendkrachten bij deel B en voor payrollkrachten bij deel C.

  • Regulier: loontabel voor werknemers UWV
  • Aanloophonorering: loontabel voor werknemers die nog niet functievolwassen zijn. De werknemer is nog niet functievolwassen als een aantal kernelementen van de functie nog niet wordt uitgeoefend. De werknemer in functiegroep 2 t/m 6 mag maximaal 6 maanden in de aanloophonorering ingeschaald worden. De werknemer in functiegroep 7 t/m 17 mag maximaal 1 jaar in de aanloophonorering ingeschaald worden. 
  • Uitloopperiodiek: loontabel voor werknemers die uitstekend functioneren en het einde van de functieschaal al bereikt hebben
  • Aspirant-verzekeringsarts: loontabel voor aspirant-verzekeringsartsen die de opleiding tot verzekeringsarts nog niet hebben afgerond

Bron: artikel 5:4 t/m 5:7

Wanneer is er een individuele loonsverhoging? Klik hier om de link naar deze vraag te kopiëren.

Werknemers hebben elk jaar op 1 januari recht op een trede verhoging als zij voor 1 oktober in dienst zijn gekomen of in dienst waren.

Werknemers in de aanloop hebben na 6 maanden recht op een verhoging als zij in functiegroep 1 t/m 6 zijn ingeschaald en na 12 maanden als zij in functiegroep 7 t/m 16 zijn ingeschaald.

Bron: artikel 5:6 en 5:7

Wanneer zijn er (initiële) collectieve loonsverhogingen? Klik hier om de link naar deze vraag te kopiëren.

Er zijn nog geen toekomstige initiële loonsverhogingen bekend.

Vergoedingen

Klik hier om de link naar dit onderdeel te kopiëren.
Welke (onkosten)vergoedingen kent de cao? Klik hier om de link naar deze vraag te kopiëren.

Kosten voor een dienstreis met eigen auto kan de medewerker alleen declareren als openbaar vervoer niet doelmatig is en de medewerker daarvoor toestemming heeft van zijn leidinggevende. Openbaar vervoer is niet doelmatig als de bestemming bijvoorbeeld niet bereikbaar is met openbaar vervoer, of als ten opzichte van de auto het openbaar vervoer onevenredig veel reistijd met zich meebrengt. Voor reizen met eigen auto geldt een vergoeding van € 0,28 per kilometer, waarvan € 0,19 onbelast en € 0,09 belast wordt uitbetaald.De cao kent de volgende (onkosten)vergoedingen:

  • Reiskostenvergoeding woon-werk
    Het vervoersmiddel van de werknemer bepaald hoeveel vergoeding de werknemer krijgt voor de reiskosten die hij maakt tussen zijn woning en de werklocatie. Werknemers die beschikking hebben over een dienstauto hebben geen recht op een reiskostenvergoeding.

    Openbaar vervoer
    Werknemers die 3, 4 of 5 dagen per week met openbaar vervoer reizen, al dan niet in combinatie met eigen vervoer naar bus-, tram-, metro- of treinhalte, komen in aanmerking voor een vergoeding van de kosten van een 2e klas NS-abonnement en/of reizen op rekening met de NS- businesscard voor het gebruikelijke OV-woon-werktraject.

    Werknemers die 1 of 2 dagen per week met openbaar vervoer reizen, al dan niet in combinatie met eigen vervoer naar bus-, tram-, metro- of treinhalte, komen in aanmerking voor een vergoeding van de kosten van reizen op rekening met NS-businesscard op het gebruikelijk OV-woon-werktraject.

    Voor de werknemer die hun woon-werkverkeer met openbaar vervoer afleggen, maar hiervoor niet de NS-businesscard gebruiken, is de reiskostenvergoeding gemaximeerd. Het maximum bedraagt € 203,25 per maand.

    Bij afwisselend gebruik door het jaar heen van ander vervoer en openbaar vervoer, wordt de vergoeding gebaseerd op ‘ander vervoer’.

    Fiets

    Werknemers die de volledige reisafstand tussen de woon- of verblijfplaats en de standplaats per fiets afleggen ontvangen per maand een reiskostenvergoeding

    Werknemers die gebruik maken van openbaar vervoer en de afstand naar de dichtstbijzijnde opstaphalte openbaar vervoer aan één of beide kanten van het openbaar vervoertraject per fiets afleggen, ontvangen in aanvulling op de OV-vergoeding een reiskostenvergoeding.

    Voor de vaststelling van de reisafstand wordt de ANWB-fietsrouteplanner gehanteerd. Vanaf een reisafstand van 1 kilometer geldt als afrondingsregel: gelijk of meer dan 0,5 kilometer afronden naar boven, minder dan 0,5 kilometer afronden naar beneden.

    De vergoeding waar de werknemer recht op heeft is te vinden in de bijlage 'Reiskostenvergoeding per fiets'

    Ander vervoer
    Werknemers die de reisafstand tussen de woon- of verblijfplaats en de standplaats afleggen door gebruik te maken van ander vervoer, ontvangen per maand een reiskostenvergoeding. Ander vervoer is bijvoorbeeld de auto, motor of bromfiets, (regio)taxi of een snelbus/interliner.
    Bij afwisselend gebruik door het jaar heen van ander vervoer en openbaar vervoer, wordt de vergoeding gebaseerd op ‘ander vervoer’.

    Voor de vaststelling van de reisafstand wordt de ANWB- routeplanner gehanteerd. Vanaf een reisafstand van 10 kilometer geldt als afrondingsregel: gelijk of meer dan 0,5 kilometer afronden naar boven, minder dan 0,5 kilometer afronden naar beneden.

    De vergoeding waar de werknemer recht op heeft is te vinden in de bijlage 'Reiskostenvergoeding ander vervoer'

    Bron: artikel 8:1

  • Reiskostenvergoeding dienstreizen
    Als het voor de uitoefening van de functie noodzakelijk is om een dienstreis te maken dan komen de extra kosten die de werknemer daarvoor maakt voor vergoeding in aanmerking. De vergoeding vindt uitsluitend plaats op basis van openbaar vervoer tweede klasse. Als openbaar vervoer niet mogelijk is, is een kilometervergoeding voor de eigen auto mogelijk.

    Openbaar vervoer
    De vergoeding plaats op basis van 2de klas openbaar vervoer. Beschikt de medewerker over een abonnement voor het woon-werktraject en de medewerker kan met dit abonnement een deel van de dienstreis afleggen, dan worden alleen de extra reiskosten openbaar vervoer vergoed.

    Auto
    Kosten voor een dienstreis met eigen auto kan de medewerker alleen declareren als openbaar vervoer niet doelmatig is en de werknemer daarvoor toestemming heeft van zijn leidinggevende. Openbaar vervoer is niet doelmatig als de bestemming bijvoorbeeld niet bereikbaar is met openbaar vervoer, of als ten opzichte van de auto het openbaar vervoer heel veel reistijd met zich meebrengt.

    Voor reizen met eigen auto geldt een vergoeding van € 0,28 per kilometer, waarvan € 0,19 onbelast en € 0,09 belast wordt uitbetaald.

    Als de werknemer voor woon-werk met de auto reist dan worden alleen extra gereden kilometers vergoed.

    Bron: artikel 8:1
Welke inhoudingen kent de cao? Klik hier om de link naar deze vraag te kopiëren.

De cao kent de volgende inhouding:

WGA-hiaat
De werknemer heeft de mogelijkheid om een WGA-hiaatverzekering af te sluiten. De kosten van deze aanvullende verzekering komen volledig voor rekening van de werknemer.

Bron: artikel 9:6

Deel B: uitzendkrachten

Arbeidsduurverkorting en tijd-voor-tijdregeling

Klik hier om de link naar dit onderdeel te kopiëren.
Kent de cao een adv-regeling? Klik hier om de link naar deze vraag te kopiëren.

De cao kent geen adv-regeling.

Kent de cao een tijd-voor-tijdregeling? Klik hier om de link naar deze vraag te kopiëren.

De cao kent een tijd-voor-tijdregeling, maar deze kan niet gehanteerd worden voor uitzendkrachten.

Fasesysteem en pensioen

Klik hier om de link naar dit onderdeel te kopiëren.
Bouwt een uitzendkracht pensioen op? Klik hier om de link naar deze vraag te kopiëren.

Vanaf 21 jaar bouwt een uitzendkracht pensioen op bij Stichting Pensioenfonds voor Personeelsdiensten (StiPP). In onderstaande bijlage lees je wanneer en welk soort pensioen een uitzendkracht opbouwt.

Bron: artikel 32 (ABU cao)

Een uitzendkracht doorloopt het fasensysteem. Hoe werkt dit fasensysteem? Klik hier om de link naar deze vraag te kopiëren.

De eerste 78 gewerkte weken zit een uitzendkracht in fase A. In deze fase mag de werknemer een onbepaald aantal tijdelijke contracten krijgen.

Na 78 gewerkte weken komt de uitzendkracht in fase B. Deze fase duurt 4 jaar, waarin de werknemer 6 contracten mag krijgen. 

Na fase B krijgt de uitzendkracht een contract voor onbepaalde tijd, dit noemen we fase C.

Bron: artikel 10 (ABU cao)

Vakantiedagen en vakantiegeld

Klik hier om de link naar dit onderdeel te kopiëren.
Hoe hoog is het vakantiegeldpercentage voor een uitzendkracht? Klik hier om de link naar deze vraag te kopiëren.

Een uitzendkracht heeft recht op 8,33% vakantiegeld.

Bron: artikel 18 (ABU cao)

Hoeveel vakantiedagen bouwt de uitzendkracht op? Klik hier om de link naar deze vraag te kopiëren.

De uitzendkracht heeft bij elke volledig gewerkte werkmaand recht op 16 2/3 uur vakantie. Dit komt neer op 25 vakantiedagen per jaar.

Een parttime werknemer heeft recht op een evenredig deel van het totaal aantal vakantiedagen.

Bron: artikel 26 (ABU cao)

Ziekte en verlof

Klik hier om de link naar dit onderdeel te kopiëren.
Hoeveel loon krijgt de uitzendkracht doorbetaald bij ziekte? Klik hier om de link naar deze vraag te kopiëren.

Het ziekengeld bij een lopende arbeidsovereenkomst is in het eerste jaar 90%, maar minimaal het wettelijk minimumloon. 

In het tweede jaar is het ziekengeld 80% en wordt het niet aangevuld tot het wettelijk minimumloon.

Bron: artikel 25 (ABU cao)

Is er sprake van een wachtdag? Klik hier om de link naar deze vraag te kopiëren.

Ja, wanneer een uitzendkracht zich ziekmeldt heeft hij één wachtdag. Dit houdt in dat de uitzendkracht op de eerste ziektedag nog geen recht heeft op ziekengeld.

Bron: artikel 25 (ABU cao)

Deel C: payrollkrachten

Loontabellen

Klik hier om de link naar dit onderdeel te kopiëren.

Arbeidsduurverkorting en tijd-voor-tijdregeling

Klik hier om de link naar dit onderdeel te kopiëren.
Kent de cao een adv-regeling? Klik hier om de link naar deze vraag te kopiëren.

De cao kent geen adv-regeling.

Kent de cao een tijd-voor-tijdregeling? Klik hier om de link naar deze vraag te kopiëren.

Ja, de cao kent een volgende tijd-voor-tijdregeling. De overuren plus de bijbehorende toeslag mogen worden opgebouwd als tijd-voor-tijd. De overuren regeling kan je vinden onder Deel A: Overwerk en toeslagen.

Bron: artikel 6:1 en 6:2

Contracten

Klik hier om de link naar dit onderdeel te kopiëren.
Wanneer heeft de werknemer recht op een onbepaalde tijd contract? Klik hier om de link naar deze vraag te kopiëren.

De werknemer heeft recht op een contract voor onbepaalde tijd na 3 bepaalde tijd contracten en/of na een looptijd van 3 jaar.

Bron: artikel 3:2

Wanneer is er sprake van een onderbreking van de ketenregeling? Klik hier om de link naar deze vraag te kopiëren.

Na een onderbrekingstermijn van tenminste 6 maanden begint de ketenregeling opnieuw.

Bron: artikel 3:2

Kent de cao een contractregeling voor seizoenskrachten? Klik hier om de link naar deze vraag te kopiëren.

De cao kent geen contractregeling voor seizoenskrachten.

Kent de cao een contractregeling voor bbl-ers of stagiairs? Klik hier om de link naar deze vraag te kopiëren.

De cao kent geen contractregeling voor bbl-ers en stagiairs.

Kent de cao een regeling voor uitsluiting loondoorbetalingsverplichting (ULV)? Klik hier om de link naar deze vraag te kopiëren.

De cao kent geen regeling voor uitsluiting loondoorbetalingsverplichting.

Alleen wanneer er sprake is van bestendig gebruik bij de opdrachtgever, mag de uitsluiting loondoorbetalingsverplichting in de eerste zes maanden van het contract toegepast worden.

Kent de cao een opzegtermijn? Klik hier om de link naar deze vraag te kopiëren.

De cao kent een opzegtermijn voor de werkgever en voor de werknemer. Wil de werknemer opzeggen, dan is de lengte van de opzegtermijn afhankelijk van de functiegroep waarin deze is ingedeeld:

  • Is de werknemer ingedeeld in functiegroep 1 t/m 5, dan geldt een termijn van één maand. 
  • Is de werknemer ingedeeld in functiegroep 6, dan geldt een termijn van twee maanden.
  • Is de werknemer ingedeeld in functiegroep 7, dan geldt een termijn van drie maanden. 

Wil de werkgever opzeggen, dan is de lengte van de opzegtermijn afhankelijk van de functiegroep en het aantal dienstjaren van de werknemer. Is de werknemer ingedeeld in functiegroep 6, dan geldt een termijn van vier maanden. Is de werknemer ingedeeld in de functiegroepen 1 t/m 5, dan gelden de volgende termijnen:

  • Is de werknemer 2 jaar of minder in dienst, dan geldt een termijn van twee maanden.
  • Is de werknemer tussen de 2 en 15 jaar in dienst, dan geldt een termijn van drie maanden.
  • Is de werknemer meer dan 15 jaar in dienst, dan geldt een termijn van vier maanden.

Wanneer de werknemer of de werkgever wil opzeggen, dan moet dit schriftelijk gebeuren. 

Bron: artikel 3.7 & artikel 3.8

Vakantiedagen en vakantiegeld

Klik hier om de link naar dit onderdeel te kopiëren.
Hoeveel vakantiedagen kent de cao? Klik hier om de link naar deze vraag te kopiëren.

De werknemer in functiegroep 1 t/m 9 heeft recht op 26,32 vakantiedagen per jaar. De werknemer in functiegroep 10 t/m 17 heeft recht op 28,43 vakantiedagen per jaar. 

Bron: artikel 7:2

Kent de cao een regeling voor extra verlofdagen? Klik hier om de link naar deze vraag te kopiëren.

De cao kent geen regeling voor extra verlofdagen.

Hoe hoog is het vakantiegeld in de cao? Klik hier om de link naar deze vraag te kopiëren.

De werknemer heeft recht op 8% vakantiegeld. Dit wordt uiterlijk in mei uitgekeerd.

Bron: artikel 5:10

Kent de cao een feestdagenregeling? Klik hier om de link naar deze vraag te kopiëren.

De werknemer heeft recht op doorbetaling van loon op de volgende feestdagen als ze op een werkdag vallen:

  • Nieuwjaarsdag
  • Goede Vrijdag
  • Tweede paasdag
  • Koningsdag
  • Hemelvaartsdag
  • Tweede pinksterdag
  • Eerste en tweede kerstdag

Bron: artikel 1:1 en 4:6

Ziekte- en (zorg)verlof

Klik hier om de link naar dit onderdeel te kopiëren.
Kent de cao een wacht- of verlofdagregeling bij ziekte? Klik hier om de link naar deze vraag te kopiëren.

De cao kent geen wacht- of verlofdagregeling bij ziekte.

Kent de cao een regeling voor loondoorbetaling bij ziekte? Klik hier om de link naar deze vraag te kopiëren.

Ja, bij ziekte heeft een werknemer recht op loondoorbetaling:

  • Week 1 t/m 52: 100%
  • Week 53 t/m 104: 70%

Bron: artikel 9:2

Kent de cao een regeling voor kortdurend zorgverlof, calamiteiten of bijzonder verlof? Klik hier om de link naar deze vraag te kopiëren.

Ja, deze verlofregelingen zijn terug te vinden in artikel 7:6 van de cao (zie rechtsboven de pagina 'Bron (SZW)').

Bonussen en eindejaarsuitkering

Klik hier om de link naar dit onderdeel te kopiëren.
Kent de cao een eindejaarsuitkering? Klik hier om de link naar deze vraag te kopiëren.

De cao kent een eindejaarsuitkering. Dit is 8,33% van het jaarsalaris tussen januari en december.

Bron: artikel 5:11

Kent de cao (eenmalige) bonussen? Klik hier om de link naar deze vraag te kopiëren.

De cao kent de volgende (eenmalige) bonus:

Jubileumgratificatie
De werknemer heeft recht op een jubileumgratificatie als hij 25- of 40 jaar aaneengesloten in dienst is. Bij 25 jaar dienstverband heeft de werknemer recht op 1 maandsalaris. Bij 40 jaar dienstverband heeft de werknemer recht op 2 maandsalarissen.

De werknemer die met pensioen gaat heeft recht op een jubileumgratificatie naar rato, mits hij voor het bereiken van de AOW-leeftijd een dienstjubileum had kunnen vieren

Bron: artikel 5:14 en 5:15

Kent de cao (eenmalige) uitkeringen? Klik hier om de link naar deze vraag te kopiëren.

De cao kent geen (eenmalige) uitkeringen.