Samenwerkende Gemeentelijke Organisaties

terug

De belangrijkste onderwerpen uit de cao lees je op deze pagina. De informatie is gesplitst in drie delen:

Deel A
Basis arbeidsvoorwaarden voor uitzendkrachten én payrollkrachten

Deel B 
Extra arbeidsvoorwaarden voor uitzendkrachten

Deel C
Extra arbeidsvoorwaarden voor payrollkrachten

 

Het verschil tussen payroll- en uitzendkrachten staat hier uitgelegd.

Uitgelicht

Deel A: basis voor uitzend- en payrollkrachten

Welke referentiefuncties kent de cao? Klik hier om de link naar deze vraag te kopiëren.

De opdrachtgever stelt zelf de functies vast volgens een eigen systeem van functiewaardering. Dit systeem wordt door de opdrachtgever vastgesteld en staat niet in de cao. Voor werknemers in de kunstzinnige vorming geeft de cao wel 3 referentiefuncties. In de onderstaande bijlage kan je deze vinden.

Bron: artikel 3.1 en bijlage 4

Deel B: uitzendkrachten

Deel C: payrollkrachten

Deel A: basis voor uitzend- en payrollkrachten

Arbeidsduur

Klik hier om de link naar dit onderdeel te kopiëren.
Wat is het aantal uur in een standaard werkweek? Klik hier om de link naar deze vraag te kopiëren.

De standaard arbeidsduur is maximaal 36 uur per week en 1836 uur per jaar. Er is een mogelijkheid om de werkweek tijdelijk uit te breiden naar 40 uur per week.

Bron: artikel 5.1

Wat is het aantal uur op een standaard werkdag? Klik hier om de link naar deze vraag te kopiëren.

De cao kent een standaard- en een bijzondere regeling voor de werktijden.

Standaard regeling voor de werktijden

  • De standaardregeling geldt voor de werknemer die binnen ondergenoemde kaders zijn werktijden kan vaststellen:
    De standaard werkdag valt tussen 07.00 - 22.00 uur en de arbeidstijd bedraagt maximaal 11 uur per dag.
  • Bijzondere regeling voor de werktijden
    De bijzondere regeling geldt voor de werknemer waarvan de opdrachtgever de werktijden vaststelt. De opdrachtgever stelt de werktijden van de werknemer vast in een rooster. De arbeidstijd bedraagt maximaal 11 uur per dag.

Bron: artikel 5.4 en 5.5

Overwerk en toeslagen

Klik hier om de link naar dit onderdeel te kopiëren.
Welke afspraken zijn er voor overuren? Klik hier om de link naar deze vraag te kopiëren.

Er is sprake van overuren als de werknemer onder de bijzondere regeling van werktijden valt en in opdracht van de opdrachtgever werkzaamheden buiten de feitelijke arbeidstijd verricht. De overwerkvergoeding bestaat uit verlof en een bedrag. Het verlof is gelijk aan het aantal overuren (zie tijd-voor-tijdregeling) en het bedrag is een percentage van het bruto uurloon per overuur. De overwerkpercentages staan in onderstaand schema:

Dagen Tijd Overwerktoeslag
Ma - vr 06.00 - 20.00 uur 25%
Ma - vr 20.00 - 24.00 uur 50%
Di - vr 00.00 - 06.00 uur 50%
Maandag of de dag
volgend op een feestdag
00.00 - 06.00 uur 75%
Zaterdag 00.00 - 24.00 uur 75%
Zon- en feestdag 00.00 - 24.00 uur 100%


Bron: artikel 3.19

Welke afspraken zijn er voor onregelmatigheidsuren? Klik hier om de link naar deze vraag te kopiëren.

In onderstaande tabel staat aangegeven op welke momenten werknemers een onregelmatigheidstoeslag ontvangen op hun bruto uurloon. De toeslagen zijn van toepassing voor werknemers die onder de bijzondere regeling voor werktijden vallen.

Dagen Tijd Percentage
Ma - vr 06.00 - 08.00 uur 120%
Ma - vr 18.00 - 22.00 uur 120%
Ma - vr 00.00 - 06.00 uur 140%
Ma - vr 22.00 - 24.00 uur 140%
Zaterdag  00.00 - 24.00 uur 140%
Zon - en feestdag 00.00 - 24.00 uur 165%


Voor werknemers die onder de standaardregeling voor de werktijden vallen, en met wie de opdrachtgever is overeengekomen dat hij buiten het dagvenster werkt, gelden de onderstaande buitendagvenstertoeslagen. De toeslagen gelden niet voor werknemers is functiegroep 11 of hoger en voor werknemers in het uitloopbedrag.

Dagen  Tijd Percentage
Ma - vr 00.00 - 24.00 uur 150%
Zaterdag 00.00 - 24.00 uur 175%
Zon - en feestdag 00.00 - 24.00 uur 200%

 

Bron: artikel 3.11, 3.12 en 14.9

Welke afspraken zijn er voor ploegenuren? Klik hier om de link naar deze vraag te kopiëren.

De cao kent geen regeling voor ploegenuren.

Welke afspraken zijn er voor verschoven uren? Klik hier om de link naar deze vraag te kopiëren.

De cao ken geen regeling voor verschoven uren.

Welke afspraken zijn er voor werken onder fysiek belastende omstandigheden? Klik hier om de link naar deze vraag te kopiëren.

De werknemer heeft recht op een inconveniëntentoeslag bij niet vermijdbaar, zwaar, onaangenaam of gevaarlijk werk als de opdrachtgever hier een regeling voor heeft vastgesteld.

Bron: artikel 3.14

Welke afspraken zijn er voor reisuren? Klik hier om de link naar deze vraag te kopiëren.

De cao kent geen regeling voor werken onder fysiek belastende omstandigheden.

Inschaling

Klik hier om de link naar dit onderdeel te kopiëren.
Welke referentiefuncties kent de cao? Klik hier om de link naar deze vraag te kopiëren.

De opdrachtgever stelt zelf de functies vast volgens een eigen systeem van functiewaardering. Dit systeem wordt door de opdrachtgever vastgesteld en staat niet in de cao. Voor werknemers in de kunstzinnige vorming geeft de cao wel 3 referentiefuncties. In de onderstaande bijlage kan je deze vinden.

Bron: artikel 3.1 en bijlage 4

Welke loontabellen kent de cao? Klik hier om de link naar deze vraag te kopiëren.

De cao kent de onderstaande loontabellen. Bijbehorende bruto uurlonen staan voor uitzendkrachten bij deel B en voor payrollkrachten bij deel C.

  • Reguliere werknemers - loontabel voor jeugd- en volwassen werknemers;
  • Kunstzinnige vorming - loontabel voor werknemers in de functie docent, consulent en balletbegeleider in de kunstzinnige vorming. Een docent of consulent moet een hbo-diploma op zijn eigen vakgebied hebben;
  • Aanloopschaal kunstzinnige vorming - loontabel voor werknemers die nog niet voldoen aan de eisen van ervaring, geschiktheid en bekwaamheid; 
  • Uitloopschaal kunstzinnige vorming - loontabel voor werknemers die 24 maanden achter elkaar op het maximum van de bij de functie behorende salarisschaal heeft gezeten;
  • Doelgroep banenafspraak - loontabel voor werknemers die behoren tot de doelgroep van de banenafspraak.

Bron: artikel 2.7, 3.1, 14.2, 14.7 en 14.8

Wanneer is er een individuele loonsverhoging? Klik hier om de link naar deze vraag te kopiëren.

Werknemers hebben na elk jaar werkervaring recht op een trede verhoging.

Werknemers binnen de kunstzinnige vorming die op het maximum van de bij de functie behorende salarisschaal zitten, gaan na 24 maanden naar de uitloopschaal en hebben elke 24 maanden recht op een trede verhoging.

Bron: artikel 3.4 en 14.8

Wanneer zijn er (initiële) collectieve loonsverhogingen? Klik hier om de link naar deze vraag te kopiëren.

De cao kent de volgende initiële loonsverhogingen:

  • 1 juli 2020: 1%
  • 1 oktober 2020: 1%

Bron: artikel 3.3

Vergoedingen

Klik hier om de link naar dit onderdeel te kopiëren.
Welke (onkosten)vergoedingen kent de cao? Klik hier om de link naar deze vraag te kopiëren.

De cao kent de volgende (onkosten)vergoedingen:

  • Reis- en verblijfkostenvergoeding
    De opdrachtgever stelt een regeling vast voor vergoeding van reis- en verblijfkosten voor reizen die de werknemer voor de opdrachtgever heeft gemaakt. Bij gebruik van het openbaar vervoer is de vergoeding op basis van het 2e klasse tarief.

    De opdrachtgever kan een regeling vaststellen voor de vergoeding van reiskosten woon-werkverkeer. Als de werknemer tijdens zijn dienstverband:
    • moet gaan werken op een andere locatie die niet met het openbaar vervoer te bereiken is; of
    • door de opgedragen werktijden de locatie niet per openbaar vervoer kan bereiken, dan krijgt de werknemer een kilometervergoeding. De opdrachtgever bepaalt de hoogte van deze kilometervergoeding.

      Bron: artikel 3.21 en 3.22
  • Vergoeding BHV/EHBO/Interventieteam
    De werknemer krijgt een vergoeding als hij naast zijn functie werkzaamheden verricht als bedrijfshulpverlener of EHBO’er of lid is van een anti-agressie- of interventieteam. De vergoeding bedraagt € 220,- per jaar.

    Bron: artikel 3.20
  • Tegemoetkoming kosten collectieve zorgverzekering
    De werknemer krijgt een tegemoetkoming in de kosten van de collectieve zorgverzekering als de werknemer daar aan deelneemt.  Een werknemer met een salaris lager dan of gelijk aan het maximum van salarisschaal 6 krijgt een vergoeding van € 296,- per jaar. Werknemers met een hoger loon krijgen een vergoeding van € 168,- per jaar.

    Bron: artikel 3.24
Welke inhoudingen kent de cao? Klik hier om de link naar deze vraag te kopiëren.

De cao kent geen inhoudingen.

Deel B: uitzendkrachten

Arbeidsduurverkorting en tijd-voor-tijdregeling

Klik hier om de link naar dit onderdeel te kopiëren.
Kent de cao een adv-regeling? Klik hier om de link naar deze vraag te kopiëren.

De cao kent geen adv-regeling.

Kent de cao een tijd-voor-tijdregeling? Klik hier om de link naar deze vraag te kopiëren.

De cao kent voor uitzendkrachten de volgende tijd-voor-tijdregeling: 

Werknemers in een uitloopbedrag schaal krijgen een onregelmatigheidstoeslag over de gewerkte uren op zondag. De werknemer krijgt de toeslag in de vorm van verlof. Dat verlof is 25% van de gewerkte tijd. De opdrachtgever en de werknemer kunnen ook afspreken de toeslag in geld te geven.

Bron: artikel 14.9

Fasesysteem en pensioen

Klik hier om de link naar dit onderdeel te kopiëren.
Bouwt een uitzendkracht pensioen op? Klik hier om de link naar deze vraag te kopiëren.

Vanaf 21 jaar bouwt een uitzendkracht pensioen op bij Stichting Pensioenfonds voor Personeelsdiensten (StiPP). In onderstaande bijlage lees je wanneer en welk soort pensioen een uitzendkracht opbouwt.

Bron: artikel 32 (ABU cao)

Een uitzendkracht doorloopt het fasensysteem. Hoe werkt dit fasensysteem? Klik hier om de link naar deze vraag te kopiëren.

De eerste 78 gewerkte weken zit een uitzendkracht in fase A. In deze fase mag de werknemer een onbepaald aantal tijdelijke contracten krijgen.

Na 78 gewerkte weken komt de uitzendkracht in fase B. Deze fase duurt 4 jaar, waarin de werknemer 6 contracten mag krijgen. 

Na fase B krijgt de uitzendkracht een contract voor onbepaalde tijd, dit noemen we fase C.

Bron: artikel 10 (ABU cao)

Vakantiedagen en vakantiegeld

Klik hier om de link naar dit onderdeel te kopiëren.
Hoe hoog is het vakantiegeldpercentage voor een uitzendkracht? Klik hier om de link naar deze vraag te kopiëren.

Een uitzendkracht heeft recht op 8,33% vakantiegeld.

Bron: artikel 18 (ABU cao)

Hoeveel vakantiedagen bouwt de uitzendkracht op? Klik hier om de link naar deze vraag te kopiëren.

De uitzendkracht heeft bij elke volledig gewerkte werkmaand recht op 16 2/3 uur vakantie. Dit komt neer op 25 vakantiedagen per jaar.

Een parttime werknemer heeft recht op een evenredig deel van het totaal aantal vakantiedagen.

Bron: artikel 26 (ABU cao)

Ziekte en verlof

Klik hier om de link naar dit onderdeel te kopiëren.
Hoeveel loon krijgt de uitzendkracht doorbetaald bij ziekte? Klik hier om de link naar deze vraag te kopiëren.

Het ziekengeld bij een lopende arbeidsovereenkomst is in het eerste jaar 90%, maar minimaal het wettelijk minimumloon. 

In het tweede jaar is het ziekengeld 80% en wordt het niet aangevuld tot het wettelijk minimumloon.

Bron: artikel 25 (ABU cao)

Is er sprake van een wachtdag? Klik hier om de link naar deze vraag te kopiëren.

Ja, wanneer een uitzendkracht zich ziekmeldt heeft hij één wachtdag. Dit houdt in dat de uitzendkracht op de eerste ziektedag nog geen recht heeft op ziekengeld.

Bron: artikel 25 (ABU cao)

Deel C: payrollkrachten

Arbeidsduurverkorting en tijd-voor-tijdregeling

Klik hier om de link naar dit onderdeel te kopiëren.
Kent de cao een adv-regeling? Klik hier om de link naar deze vraag te kopiëren.

De cao kent geen adv-regeling.

Kent de cao een tijd-voor-tijdregeling? Klik hier om de link naar deze vraag te kopiëren.

De cao kent voor payrollkrachten de volgende tijd-voor-tijdregelingen: 

  • De werknemer die valt onder de bijzondere regeling voor de werktijden (zie informatie standaard werkdag) en die overwerk verricht, krijgt een overwerkvergoeding. De overwerkvergoeding bestaat uit verlof en een bedrag. 
    • Het verlof is gelijk aan het aantal gewerkte uren overwerk en wordt verleend op een zo vroeg mogelijk tijdstip.
    • Het bedrag is een percentage van het salaris per uur over het aantal gewerkte uren (zie afspraken over overuren).

De werknemer met een functie in functieschaal 11 of hoger krijgt geen overwerkvergoeding.

  • Werknemers in een uitloopbedrag schaal krijgen een onregelmatigheidstoeslag over de gewerkte uren op zondag. De werknemer krijgt de toeslag in de vorm van verlof. Dat verlof is 25% van de gewerkte tijd. De opdrachtgever en de werknemer kunnen ook afspreken de toeslag in geld te geven.

Bron: artikel 3.19 en 14.9

Contracten

Klik hier om de link naar dit onderdeel te kopiëren.
Wanneer heeft de werknemer recht op een onbepaalde tijd contract? Klik hier om de link naar deze vraag te kopiëren.

De werknemer heeft recht op een onbepaalde tijd contract na 3 bepaalde tijd contracten en/of een looptijd van 3 jaar.

Bron: artikel 7:668a BW

Wanneer is er sprake van een onderbreking van de ketenregeling? Klik hier om de link naar deze vraag te kopiëren.

Na een onderbrekingstermijn van tenminste 6 maanden begint de ketenregeling opnieuw.

Bron: artikel 7:668a BW

Kent de cao een contractregeling voor seizoenskrachten? Klik hier om de link naar deze vraag te kopiëren.

De cao kent geen contractregeling voor seizoenskrachten.

Kent de cao een contractregeling voor bbl-ers of stagiairs? Klik hier om de link naar deze vraag te kopiëren.

De stageovereenkomst wordt voor bepaalde tijd aangegaan. De duur van de overeenkomst is afhankelijk van de leerdoelen van de stagiair.

Bron: artikel 2.9

Kent de cao een regeling voor uitsluiting loondoorbetalingsverplichting (ULV)? Klik hier om de link naar deze vraag te kopiëren.

De cao kent geen regeling voor uitsluiting loondoorbetalingsverplichting.

Alleen wanneer er sprake is van bestendig gebruik bij de opdrachtgever, mag de uitsluiting loondoorbetalingsverplichting in de eerste zes maanden van het contract toegepast worden.

Kent de cao een opzegtermijn? Klik hier om de link naar deze vraag te kopiëren.

De cao kent geen opzegtermijn. In dit geval gelden voor de werkgever en voor de werknemer de wettelijke opzegtermijnen. Als de werknemer wil opzeggen, geldt een opzegtermijn van één maand. Als de werkgever wil opzeggen, dan is de lengte van de opzegtermijn afhankelijk van de lengte van het dienstverband:

  • Is de werknemer korter dan 5 jaar in dienst, dan geldt een termijn van één maand.
  • Is de werknemer tussen de 5 en 10 jaar in dienst, dan geldt een termijn van twee maanden. 
  • Is de werknemer tussen de 10 en 15 jaar in dienst, dan geldt een termijn van drie maanden.
  • Is de werknemer langer dan 15 jaar in dienst, dan geldt een termijn van vier maanden.

Bron: artikel 7:672 BW

Vakantiedagen en vakantiegeld

Klik hier om de link naar dit onderdeel te kopiëren.
Hoeveel vakantiedagen kent de cao? Klik hier om de link naar deze vraag te kopiëren.

De cao kent 144 wettelijke verlof uren. Bovenwettelijke vakantiedagen worden opgebouwd door meer te werken dan de formele arbeidsduur per jaar, door onregelmatig te werken en beschikbaar te zijn of door bovenwettelijke dagen te kopen uit het Individueel Keuzebudget (IKB).

Bron: artikel 6.1 - 6.5

Kent de cao een regeling voor extra verlofdagen? Klik hier om de link naar deze vraag te kopiëren.

De werknemer krijgt 14,4 bovenwettelijke vakantie-uren als hij:

  • regelmatig en overwegend op onregelmatige uren werkt (zie onregelmatigheidsuren); of
  • regelmatig en in belangrijke mate beschikbaar moet zijn (beschikbaarheidsdienst).

De 14,4 bovenwettelijke vakantie-uren gelden ook voor werknemers met een deeltijddienstverband.

Bron: artikel 6.4

Hoe hoog is het vakantiegeld in de cao? Klik hier om de link naar deze vraag te kopiëren.

De werknemer heeft recht op 8% vakantiegeld. Het vakantiegeld maakt onderdeel uit van het individueel keuzebudget (IKB).

Bron: artikel 1.1 en 2.5

Kent de cao een feestdagenregeling? Klik hier om de link naar deze vraag te kopiëren.

De werknemer heeft recht op doorbetaling van loon op de volgende feestdagen:

  • Nieuwjaarsdag
  • Tweede paasdag
  • Koningsdag
  • Hemelvaartsdag
  • Tweede pinksterdag
  • Eerste en tweede kerstdag
  • Door de opdrachtgever vastgestelde lokale feestdagen

Bron: artikel 6.6

Ziekte- en (zorg)verlof

Klik hier om de link naar dit onderdeel te kopiëren.
Kent de cao een wacht- of verlofdagregeling bij ziekte? Klik hier om de link naar deze vraag te kopiëren.

De cao kent geen wacht- of verlofdagregeling bij ziekte.

Kent de cao een regeling voor loondoorbetaling bij ziekte? Klik hier om de link naar deze vraag te kopiëren.

Ja, bij ziekte heeft een werknemer recht op loondoorbetaling:

  • Week 0 – 26: 100%
  • Week 27 – 52: 90% maar minimaal het wettelijk minimumloon
  • Week 53 – 104: 75%
  • Week 104 tot einde dienstverband: 70%

Bron: artikel 7.1

Kent de cao een regeling voor kortdurend zorgverlof, calamiteiten of bijzonder verlof? Klik hier om de link naar deze vraag te kopiëren.

Ja, deze verlofregelingen zijn terug te vinden in artikel 6.7 en 6.8 van de cao (zie rechtsboven de pagina 'Bron (SZW)').

Bonussen en eindejaarsuitkering

Klik hier om de link naar dit onderdeel te kopiëren.
Kent de cao een eindejaarsuitkering? Klik hier om de link naar deze vraag te kopiëren.

De cao kent een eindejaarsuitkering. Deze maakt onderdeel uit van het Individueel Keuzebudget (IKB) en bedraagt 6,75%.

Bron: artikel 4.2

Kent de cao (eenmalige) bonussen? Klik hier om de link naar deze vraag te kopiëren.

De opdrachtgever kan bij uitstekend functioneren of bijzondere prestaties een eenmalige bonus toekennen aan één werknemer of een groep werknemers.

Bron: artikel 3.18

Kent de cao (eenmalige) uitkeringen? Klik hier om de link naar deze vraag te kopiëren.

De cao kent de volgende (eenmalige) uitkering:

  • Jubileumuitkering 25 jaar - de werknemer krijgt een jubileumuitkering als hij 25, 40 en 50 jaar in dienst is bij een bij de Stichting Pensioenfonds ABP aangesloten werkgever.
    • 25 jaar: de helft van het salaris en salaristoeslag(en) over de maand van jubileren, vermeerderd met 8%.
    • 40 en 50 jaar: het salaris en salaristoeslag(en) over de maand van jubileren, vermeerderd met 8%.

Bron: artikel 3.17