Meubelindustrie en meubileringsbedrijven

terug

De belangrijkste onderwerpen uit de cao lees je op deze pagina. De informatie is gesplitst in drie delen:

Deel A
Basis arbeidsvoorwaarden voor uitzendkrachten én payrollkrachten

Deel B 
Extra arbeidsvoorwaarden voor uitzendkrachten

Deel C
Extra arbeidsvoorwaarden voor payrollkrachten

 

Het verschil tussen payroll- en uitzendkrachten staat hier uitgelegd.

Uitgelicht

Deel A: basis voor uitzend- en payrollkrachten

Welke referentiefuncties kent de cao? Klik hier om de link naar deze vraag te kopiëren.

In onderstaande bijlage vind je de referentiefuncties per functiefamilie.

Deel B: uitzendkrachten

Wat zijn de uurlonen volgens de cao? Klik hier om de link naar deze vraag te kopiëren.

In onderstaande bijlagen vind je de bruto uurlonen die gelden volgens de cao.

Bijlagen

Deel C: payrollkrachten

Deel A: basis voor uitzend- en payrollkrachten

Arbeidsduur

Klik hier om de link naar dit onderdeel te kopiëren.
Wat is het aantal uur in een standaard werkweek? Klik hier om de link naar deze vraag te kopiëren.

De standaard arbeidsduur is 37,5 uur per week. De opdrachtgever kan ook kiezen voor een werkweek van 38,75 uur of 40 uur.

Bron: artikel 33

Wat is het aantal uur op een standaard werkdag? Klik hier om de link naar deze vraag te kopiëren.

De standaard werkdag is 7,5 uur bij een werkweek van 37,5 uur. Bij een werkweek van 38,75 uur is een werkdag 7,75 uur. Bij een werkweek van 40 uur is een werkdag 8 uur. 

Het dagvenster ligt tussen 06.00 - 22.00 uur en het nachtvenster tussen 22.00 - 06.00 uur.

Bron: artikel 33

Overwerk en toeslagen

Klik hier om de link naar dit onderdeel te kopiëren.
Welke afspraken zijn er voor overuren? Klik hier om de link naar deze vraag te kopiëren.

Er is sprake van overuren als de werknemer langer werkt dan de standaard werkweek bij de opdrachtgever. De werknemer heeft recht op een overwerktoeslag in de volgende situaties:

  • Overwerkuren in het dagvenster (06.00 - 22.00 uur)
    Over de eerste 31 overuren* heeft de werknemer recht op 125% van het bruto uurloon. Voor de uren daarboven krijgt de werknemer 140% van het bruto uurloon.
  • Overwerkuren in het nachtvenster (22.00 - 06.00 uur)
    Over de eerste 31 overuren* heeft de werknemer recht op 150% van het bruto uurloon. Voor de uren daarboven krijgt de werknemer 165% van het bruto uurloon.
  • Overwerkuren op zaterdag
    Over de eerste 31 overuren* heeft de werknemer recht op 150% van het bruto uurloon. Voor de uren daarboven krijgt de werknemer 165% van het bruto uurloon.

*Als de werknemer op een andere plaats moet overwerken dan waar hij normaal werkt (dus niet in de fabriek of werkplaats), dan gelden bovenstaande regelingen over de eerste 44 overuren in plaats van over 31 overuren.

Voor chauffeurs/bijrijders van een vrachtwagen met een eigen gewicht inclusief laadvermogen van tenminste 7500 kg, die meubilair vervoeren, geldt voor de eerste 3 overuren geen toeslag. Ook de verhoogde toeslagen na 31/44 overuren gelden niet voor deze chauffeurs/bijrijders.

Bron: artikel 46 en 47

Welke afspraken zijn er voor onregelmatigheidsuren? Klik hier om de link naar deze vraag te kopiëren.

In onderstaande tabel staat aangegeven op welke momenten werknemers een onregelmatigheidstoeslag ontvangen op hun bruto uurloon.

Dag Percentage
Zaterdag 150%
Zondag 200%
Feestdag 300%
Feestdag op zondag 300%


Als de werknemer normaal gesproken niet in een nachtdienst werkt, maar door bijzondere omstandigheden wel moet werken tussen 22.00 - 06.00 uur, dan heeft hij recht op 150% van zijn bruto uurloon.

Als de werknemer moet werken op een reservedag heeft hij recht op 200% van zijn bruto uurloon. Een reservedag is een vastgestelde adv-dag waarop de opdrachtgever op een later moment nog kan beslissen of de werknemer alsnog moet werken.

Bron: artikel 34 en 40-43

Welke afspraken zijn er voor ploegenuren? Klik hier om de link naar deze vraag te kopiëren.

De werknemer heeft recht op een ploegentoeslag als hij werkt in een twee- of drieploegendienst. Met een ploegendienst werkt de werknemer bijvoorbeeld één week in de ochtend en de andere week in de middag of nacht. De dienst wisselt steeds volgens een vast patroon. Een ploegendienstwerknemer heeft recht op de volgende toeslag:

Tijd Percentage
06.00 - 22.00 uur 115%
22.00 - 06.00 uur 130%


Bron: artikel 44

Welke afspraken zijn er voor verschoven uren? Klik hier om de link naar deze vraag te kopiëren.

Er is sprake van verschoven uren als de werknemer buiten zijn rooster werkt, maar niet meer uren dan het totaal aantal op zijn rooster. Voor het werken op verschoven uren tussen 22.00 - 06.00 uur krijgt de werknemer 150% van zijn bruto uurloon.

Bron: artikel 45

Welke afspraken zijn er voor werken onder fysiek belastende omstandigheden? Klik hier om de link naar deze vraag te kopiëren.

De cao kent geen regeling voor werken onder fysiek belastende omstandigheden.

Welke afspraken zijn er voor reisuren? Klik hier om de link naar deze vraag te kopiëren.

De werknemer die vanaf het werk naar een klus rijdt, krijgt het normale uurloon tijdens de reistijd. Als de werknemer vanaf zijn eigen huis rechtstreeks naar een klus rijdt, en de reistijd is langer dan de normale reistijd naar het werk, dan krijgt de werknemer voor deze extra reistijd het normale uurloon. 

Bron: artikel 30

Inschaling

Klik hier om de link naar dit onderdeel te kopiëren.
Welke referentiefuncties kent de cao? Klik hier om de link naar deze vraag te kopiëren.

In onderstaande bijlage vind je de referentiefuncties per functiefamilie.

Welke loontabellen kent de cao? Klik hier om de link naar deze vraag te kopiëren.

De cao kent de onderstaande loontabellen. Bijbehorende bruto uurlonen staan voor uitzendkrachten bij deel B en voor payrollkrachten bij deel C.

  • Reguliere werknemers - loontabel voor werknemers in de meubelindustrie
  • Geen opleiding en ervaring - loontabel voor werknemers die geen opleiding voor de functie hebben of geen ervaring voor het werk waarvoor ze zijn aangenomen. De werknemers mogen maximaal 1 jaar in deze loontabel zitten
  • Bbl-er - loontabel voor werknemers in de basisberoepsopleiding niveau 2 of de vakopleiding niveau 3 
  • Arbeidsbeperkten - loontabel voor werknemers met een afstand tot de arbeidsmarkt 

Bron: artikel 17, 19 en bijlage 2

Wanneer is er een individuele loonsverhoging? Klik hier om de link naar deze vraag te kopiëren.

De werknemer krijgt in de volgende situatie een ervaringstoeslag van 5% per jaar op het loon:

  • hij is 21 jaar of jonger
  • hij krijgt 2 jaar loon in dezelfde loonschaal, én
  • hij werkt 2 jaar in hetzelfde bedrijf

De werknemer krijgt deze toeslag na 2 jaar. Als de werknemer naar een hogere functiegroep/loonschaal gaat, dan start de periodiek voor de ervaringstoeslag weer opnieuw.

Het loon inclusief de ervaringstoeslag mag nooit meer zijn dan het loon van iemand van 22 jaar in dezelfde loonschaal.

Bron: artikel 29

Wanneer zijn er (initiële) collectieve loonsverhogingen? Klik hier om de link naar deze vraag te kopiëren.

De cao kent de onderstaande initiële loonsverhogingen.*

*Er zijn nog geen (toekomstige) loonsverhogingen bekend als onderstaande tabel leeg is.

Datum Wijziging Bron
01-05-2021 Loonsverhoging 2,00% Bron: artikel 17
01-09-2021 Loonsverhoging 1,50% Bron: artikel 17

Vergoedingen

Klik hier om de link naar dit onderdeel te kopiëren.
Welke (onkosten)vergoedingen kent de cao? Klik hier om de link naar deze vraag te kopiëren.

De cao kent de volgende (onkosten)vergoedingen:

  • Reis- en verblijfkostenvergoeding
    Als de werknemer een eigen auto gebruikt om naar een klus te gaan, heeft hij recht op een bruto reiskostenvergoeding van € 0,32 per kilometer. Wanneer de werknemer door de klus niet naar huis kan, dan krijgt hij de kosten voor het verblijf vergoed. 

    AIs de werknemer de chauffeur of bijrijder is van een vrachtwagen waarvan het eigen gewicht en laadvermogen samen tenminste 7.500 kg bedraagt, waarmee hij meubilair in het binnen- en/of naar het buitenland vervoert, dan betaalt de werkgever alleen de verblijfkosten.

    Bron: artikel 30
  • Gereedschapsvergoeding
    Als de werknemer voor het werk zelf gereedschap moet kopen en onderhouden, krijgt hij een vergoeding van € 2,35 per week.

    Bron: artikel 32
  • Kledingvergoeding
    Als de werknemer voor het werk zelf kleding moet kopen en onderhouden, krijgt hij een vergoeding van € 1,88 per week.

    Bron: artikel 32
  • Bhv-vergoeding
    Als de werknemer bedrijfshulpverlener is en een cursus Bedrijfshulpverlening heeft gevolgd, krijgt hij een bruto vergoeding van € 4,21 per week (vanaf 01-09-21: € 4,27 per week).

    Bron: artikel 26
  • Vergoeding praktijkopleider
    Als de werknemer naast het werk ook praktijkopleider is én zijn functie ingedeeld is in functiegroep A, B, C of D, krijgt hij een bruto vergoeding van € 9,92 per week (vanaf 01-09-21: € 10,07 per week).

    De praktijkopleider begeleidt werknemers die een beroepspraktijkvormingsovereenkomst
    hebben en een bbl-opleiding doen. De praktijkopleider heeft hiervoor de training ‘Praktijkopleider’ gevolgd.

    Bron: artikel 27 en 81
  • Ervaringstoeslag

    De werknemer krijgt een ervaringstoeslag van 5% per jaar op het loon als hij 21 jaar of jonger is, én daarbij 2 jaar loon in dezelfde loonschaal krijgt, én hij werkt 2 jaar in hetzelfde bedrijf. De werknemer krijgt deze toeslag na 2 jaar. Het loon inclusief de ervaringstoeslag mag nooit meer zijn dan het loon van iemand van 22 jaar in dezelfde loonschaal.

    Bron: artikel 29

  • Vergoeding vakbondscontributie
    Als de werknemer lid is van de vakbond, krijgt hij een netto vergoeding voor de contributie van € 60,- per jaar. De werknemer moet de werkgever een kopie van de rekening geven.

    Bron: artikel 28

Welke inhoudingen kent de cao? Klik hier om de link naar deze vraag te kopiëren.

 Voor de Stichting Sociaal Fonds Meubelindustrie en Meubileringsbedrijven houdt de werkgever jaarlijks 0,9% van het inkomen van de werknemer in.

Bron: bijlage 9 artikel 4

Deel B: uitzendkrachten

Loontabellen

Klik hier om de link naar dit onderdeel te kopiëren.
Wat zijn de uurlonen volgens de cao? Klik hier om de link naar deze vraag te kopiëren.

In onderstaande bijlagen vind je de bruto uurlonen die gelden volgens de cao.

Bijlagen

Arbeidsduurverkorting en tijd-voor-tijdregeling

Klik hier om de link naar dit onderdeel te kopiëren.
Kent de cao een adv-regeling? Klik hier om de link naar deze vraag te kopiëren.

Ja, het aantal adv-dagen hangt af van de arbeidsuur per week.

  • Bij een werkweek van 37,5 uur heeft de werknemer recht op 5 roostervrij dagen
  • Bij een werkweek van 38,75 uur heeft de werknemer recht op 12 roostervrije dagen
  • Bij een werkweek van 40 uur heeft de werknemer recht op 19 roostervrije dagen

De adv-dagen kan de werknemer opnemen in geld of vrije tijd.

Bron: artikel 33 

Kent de cao een tijd-voor-tijdregeling? Klik hier om de link naar deze vraag te kopiëren.

Ja, de toeslag voor overwerkuren kan de werknemer opnemen als betaald verlof.

Bron: artikel 46

Fasesysteem en pensioen

Klik hier om de link naar dit onderdeel te kopiëren.
Bouwt een uitzendkracht pensioen op? Klik hier om de link naar deze vraag te kopiëren.

Vanaf 21 jaar bouwt een uitzendkracht pensioen op bij Stichting Pensioenfonds voor Personeelsdiensten (StiPP). In onderstaande bijlage lees je wanneer en welk soort pensioen een uitzendkracht opbouwt.

Bron: artikel 32 (ABU cao)

Een uitzendkracht doorloopt het fasensysteem. Hoe werkt dit fasensysteem? Klik hier om de link naar deze vraag te kopiëren.

De eerste 78 gewerkte weken zit een uitzendkracht in fase A. In deze fase mag de uitzendkracht een onbepaald aantal tijdelijke arbeidsovereenkomsten krijgen.

Na 78 gewerkte weken komt de uitzendkracht in fase B. Deze fase duurt 4 jaar, waarin de werknemer 6 contracten mag krijgen.

Na fase B krijgt de uitzendkracht een contract voor onbepaalde tijd, dit noemen we fase C.

Bron: artikel 10 (ABU cao)

Vakantiedagen en vakantiegeld

Klik hier om de link naar dit onderdeel te kopiëren.
Hoe hoog is het vakantiegeldpercentage voor een uitzendkracht? Klik hier om de link naar deze vraag te kopiëren.

Een uitzendkracht heeft recht op 8,33% vakantiegeld.

Bron: artikel 18 (ABU cao)

Hoeveel vakantiedagen bouwt de uitzendkracht op? Klik hier om de link naar deze vraag te kopiëren.

De uitzendkracht heeft bij elke volledig gewerkte werkmaand recht op 16 2/3 uur vakantie. Dit komt neer op 25 vakantiedagen per jaar.

Een parttime werknemer heeft recht op een evenredig deel van het totaal aantal vakantiedagen.

Bron: artikel 26 (ABU cao)

Ziekte en verlof

Klik hier om de link naar dit onderdeel te kopiëren.
Hoeveel loon krijgt de uitzendkracht doorbetaald bij ziekte? Klik hier om de link naar deze vraag te kopiëren.

Het ziekengeld bij een lopende arbeidsovereenkomst is in het eerste jaar 90%, maar minimaal het wettelijk minimumloon.

In het tweede jaar is het ziekengeld 80% en wordt het niet aangevuld tot het wettelijk minimumloon.

Bron: artikel 25 (ABU cao)

Is er sprake van een wachtdag? Klik hier om de link naar deze vraag te kopiëren.

Ja, wanneer een uitzendkracht zich ziekmeldt heeft hij één wachtdag. Dit houdt in dat de uitzendkracht op de eerste ziektedag nog geen recht heeft op ziekengeld.

Bron: artikel 25 (ABU cao)

Deel C: payrollkrachten

Arbeidsduurverkorting en tijd-voor-tijdregeling

Klik hier om de link naar dit onderdeel te kopiëren.
Kent de cao een adv-regeling? Klik hier om de link naar deze vraag te kopiëren.

Ja, het aantal adv-dagen hangt af van de arbeidsuur per week.

  • Bij een werkweek van 37,5 uur heeft de werknemer recht op 5 roostervrij dagen
  • Bij een werkweek van 38,75 uur heeft de werknemer recht op 12 roostervrije dagen
  • Bij een werkweek van 40 uur heeft de werknemer recht op 19 roostervrije dagen

De adv-dagen kan de werknemer opnemen vrije tijd. De werknemer kan ook kiezen om de dagen te verkopen.

Bron: artikel 33 en 38

Kent de cao een tijd-voor-tijdregeling? Klik hier om de link naar deze vraag te kopiëren.

Ja, de overwerkuren inclusief toeslag kan de werknemer opnemen als betaald verlof of laten uitbetalen in geld.

Een parttimer werknemer die extra uren werkt, kan deze uren later opnemen als betaald verlof of laten uitbetalen in geld. 

Bron: artikel 3 en 46

Contracten

Klik hier om de link naar dit onderdeel te kopiëren.
Wanneer heeft de werknemer recht op een onbepaalde tijd contract? Klik hier om de link naar deze vraag te kopiëren.

De werknemer heeft recht op een contract voor onbepaalde tijd na 3 bepaalde tijd contracten en/of na een looptijd van 3 jaar.

Bron: artikel 12

Wanneer is er sprake van een onderbreking van de ketenregeling? Klik hier om de link naar deze vraag te kopiëren.

Na een onderbrekingstermijn van tenminste 6 maanden begint de ketenregeling opnieuw.

Bron: artikel 12

Kent de cao een contractregeling voor seizoenskrachten? Klik hier om de link naar deze vraag te kopiëren.

De cao kent geen contractregeling voor seizoenskrachten.

Kent de cao een contractregeling voor bbl-ers of stagiairs? Klik hier om de link naar deze vraag te kopiëren.

De ketenregeling geldt niet voor bbl-ers.

Bron: artikel 12 en 75

Kent de cao een regeling voor uitsluiting loondoorbetalingsverplichting (ULV)? Klik hier om de link naar deze vraag te kopiëren.

De cao kent geen regeling voor uitsluiting loondoorbetalingsverplichting.

Alleen wanneer er sprake is van bestendig gebruik bij de opdrachtgever, mag de uitsluiting loondoorbetalingsverplichting in de eerste zes maanden van het contract toegepast worden.

Kent de cao een opzegtermijn? Klik hier om de link naar deze vraag te kopiëren.

De cao kent geen opzegtermijn. In dit geval gelden voor de werkgever en voor de werknemer de wettelijke opzegtermijnen. Als de werknemer wil opzeggen, geldt een opzegtermijn van één maand. Als de werkgever wil opzeggen, dan is de lengte van de opzegtermijn afhankelijk van de lengte van het dienstverband:

  • Is de werknemer korter dan 5 jaar in dienst, dan geldt een termijn van één maand.
  • Is de werknemer tussen de 5 en 10 jaar in dienst, dan geldt een termijn van twee maanden. 
  • Is de werknemer tussen de 10 en 15 jaar in dienst, dan geldt een termijn van drie maanden.
  • Is de werknemer langer dan 15 jaar in dienst, dan geldt een termijn van vier maanden.

Wanneer de werknemer 45 jaar of ouder is, moet de werkgever minimaal twee maanden van tevoren opzeggen. Wanneer de werknemer de AOW-leeftijd heeft bereikt, is er geen sprake van een opzegtermijn. 

Bron: Artikel 14 & artikel 7:672 BW

Vakantiedagen en vakantiegeld

Klik hier om de link naar dit onderdeel te kopiëren.
Hoeveel vakantiedagen kent de cao? Klik hier om de link naar deze vraag te kopiëren.

De werknemer heeft recht op 24 vakantiedagen. Werknemers geboren voor 1966 hebben recht op extra vakantiedagen:

Geboortejaar Extra vakantiedagen
Voor 1960 6 dagen
In 1960 6 dagen
In 1961 5 dagen
In 1962 4 dagen
In 1963 3 dagen
In 1964 2 dagen
In 1965 1 dag

Deze extra dagen gelden als de werknemer in januari jarig is. Als hij later in het jaar jarig is, dan gelden de dagen naar rato. 

Werknemers geboren in 1966 of later krijgen vanaf hun 60e leeftijd extra vakantiedagen volgens de volgende tabel:

Leeftijd Extra vakantiedagen
60 jaar 6 dagen
61 jaar 7 dagen
62 jaar 8 dagen
63 jaar 9 dagen
64 jaar en ouder 10 dagen

Deze extra dagen gelden als de werknemer in januari jarig is. Als hij later in het jaar jarig is, dan gelden de dagen naar rato. 

Bron: artikel 48

Kent de cao een regeling voor extra verlofdagen? Klik hier om de link naar deze vraag te kopiëren.

De werknemer krijgt extra vakantiedagen als hij 25 of 40 jaar in dienst is:

Aantal jaar in dienst Extra vakantiedagen
25 jaar 2 dagen
40 jaar 3 dagen

De extra dagen gelden als de werknemer in januari het aantal genoemde jaren in dienst is. Is dat later in het jaar, dan krijgt hij de extra dagen naar rato.

Bron: artikel 48

Hoe hoog is het vakantiegeld in de cao? Klik hier om de link naar deze vraag te kopiëren.

De werknemer heeft recht op 8% vakantiegeld. Dit wordt uiterlijk 30 juni uitgekeerd.

Bron: artikel 57

Kent de cao een feestdagenregeling? Klik hier om de link naar deze vraag te kopiëren.

De werknemer heeft recht op doorbetaling van loon op de volgende feestdagen:

  • Nieuwjaarsdag
  • Eerste en tweede paasdag 
  • Koningsdag
  • Bevrijdingsdag in een jubileumjaar
  • Hemelvaartsdag
  • Eerste en tweede pinksterdag
  • Eerste en tweede kerstdag

Bron: artikel 43

Ziekte- en (zorg)verlof

Klik hier om de link naar dit onderdeel te kopiëren.
Kent de cao een wacht- of verlofdagregeling bij ziekte? Klik hier om de link naar deze vraag te kopiëren.

De cao kent geen wacht- of verlofdagregeling bij ziekte.

Kent de cao een regeling voor loondoorbetaling bij ziekte? Klik hier om de link naar deze vraag te kopiëren.

Ja, bij ziekte heeft een werknemer recht op loondoorbetaling:

  • het eerste jaar: 100% loondoorbetaling. Vanaf de 3e ziekmelding per jaar is de loondoorbetaling 90%.
  • het tweede jaar: 70% loondoorbetaling

Bron: artikel 84 en 85

Kent de cao een regeling voor kortdurend zorgverlof, calamiteiten of bijzonder verlof? Klik hier om de link naar deze vraag te kopiëren.

Ja, deze verlofregelingen zijn terug te vinden in artikel 58-62 van de cao (zie rechtsboven de pagina 'Bron (SZW)').

Bonussen en eindejaarsuitkering

Klik hier om de link naar dit onderdeel te kopiëren.
Kent de cao een eindejaarsuitkering? Klik hier om de link naar deze vraag te kopiëren.

De cao kent geen eindejaarsuitkering.

Kent de cao (eenmalige) bonussen? Klik hier om de link naar deze vraag te kopiëren.

De cao kent geen (eenmalige) bonussen.

Kent de cao (eenmalige) uitkeringen? Klik hier om de link naar deze vraag te kopiëren.

De cao kent geen (eenmalige) uitkeringen.