Horeca- en aanverwante bedrijf (Horeca)

terug

De belangrijkste onderwerpen uit de cao lees je op deze pagina. De informatie is gesplitst in drie delen:

Deel A
Basis arbeidsvoorwaarden voor uitzendkrachten én payrollkrachten

Deel B 
Extra arbeidsvoorwaarden voor uitzendkrachten

Deel C
Extra arbeidsvoorwaarden voor payrollkrachten

 

Het verschil tussen payroll- en uitzendkrachten staat hier uitgelegd.

Uitgelicht

Deel A: basis voor uitzend- en payrollkrachten

Welke referentiefuncties kent de cao? Klik hier om de link naar deze vraag te kopiëren.

Deel B: uitzendkrachten

Deel C: payrollkrachten

Deel A: basis voor uitzend- en payrollkrachten

Arbeidsduur

Klik hier om de link naar dit onderdeel te kopiëren.
Wat is het aantal uur in een standaard werkweek? Klik hier om de link naar deze vraag te kopiëren.

De standaard arbeidsduur is 38 uur per week. Voor leerlingen is deze standaard arbeidsduur van 38 uur inclusief de normuren voor schooltijd.

Bron: artikel 1.23 en 5.5

Wat is het aantal uur op een standaard werkdag? Klik hier om de link naar deze vraag te kopiëren.

De standaard werkdag voor werknemers van 18 jaar en ouder bedraagt maximaal 12 uur per dag.
De standaard werkdag voor werknemers van 16 en 17 jaar bedraagt maximaal 9 uur per dag.

Voor 15-jarigen is alleen licht-, niet-industrieel werk toegestaan en 14-jarigen mogen geen horeca werkzaamheden verrichten. De arbeidstijd is op een schooldag maximaal 9 uur per dag, inclusief de schooltijd. Op een niet-schooldag is dit voor 15 jarigen 8 uur per dag en voor 14-jarigen 7 uur per dag.

Bron: bijlage I

Overwerk en toeslagen

Klik hier om de link naar dit onderdeel te kopiëren.
Welke afspraken zijn er voor overuren? Klik hier om de link naar deze vraag te kopiëren.

Er is sprake van overuren na 1976 gewerkte uren per jaar. Overwerk wordt voor 100% vergoed in geld of vrije tijd.

Bron: artikel 3.13 en 3.14

Welke afspraken zijn er voor onregelmatigheidsuren? Klik hier om de link naar deze vraag te kopiëren.

Er is sprake van onregelmatigheidsuren als er door vakkrachten* op een feestdag wordt gewerkt. Als de uren niet binnen 6 maanden na de feestdag opgenomen zijn als tijd-voor-tijd, dan worden de uren tegen 150% uitbetaald.

Daarnaast geldt voor werknemers die werken in een front office functie in logiesverstrekkende bedrijven een nachttoeslag, als de nachtdienst aaneengesloten uren tussen 00.00 uur en 06.00 uur omvat. De uren worden tegen 110% uitbetaald. De toeslag geldt voor alle uren van de nachtdienst, ook voor de uren voor 00.00 uur en na 06.00 uur.

*vakkracht: een werknemer van 18 jaar en ouder met een erkend vakdiploma en/of  1976 ervaringsuren.

Bron: artikel 1.6, 3.12 en 4.12

Welke afspraken zijn er voor ploegenuren? Klik hier om de link naar deze vraag te kopiëren.

De cao kent geen regeling voor ploegenuren.

Welke afspraken zijn er voor verschoven uren? Klik hier om de link naar deze vraag te kopiëren.

De cao ken geen regeling voor verschoven uren.

Welke afspraken zijn er voor werken onder fysiek belastende omstandigheden? Klik hier om de link naar deze vraag te kopiëren.

De cao kent geen regeling voor werken onder fysiek belastende omstandigheden.

Welke afspraken zijn er voor reisuren? Klik hier om de link naar deze vraag te kopiëren.

De cao kent geen regeling voor reisuren.

Inschaling

Klik hier om de link naar dit onderdeel te kopiëren.
Welke referentiefuncties kent de cao? Klik hier om de link naar deze vraag te kopiëren.
Welke loontabellen kent de cao? Klik hier om de link naar deze vraag te kopiëren.

De cao kent de onderstaande loontabellen. Bijbehorende bruto uurlonen staan voor uitzendkrachten bij deel B en voor payrollkrachten bij deel C.

  • Vakkracht
    De werknemer van 18 jaar en ouder met een erkend vakdiploma en/of 1976 ervaringsuren. Werknemers van 18 jaar en ouder in de functiegroepen V of hoger zijn ook altijd vakkracht. Vakkrachten van 21 jaar en ouder ontvangen het basisloon. Vakkrachten van 18-20 jaar krijgen het volgende percentage van het basisloon:
     
    18 jaar: 70%
    19 jaar: 80%
    20 jaar:  90%

    Bron: artikel 1.6 en 4.8
     
  • Niet vakkracht
    Werknemers die geen vakkracht zijn, hebben recht op het geldende wettelijke minimum (jeugd)loon.

    Bron: artikel 4.9
     
  • Leerling
    Werknemers die een opleiding volgen in een leerbedrijf dat is erkend door SBB en zijn aangenomen volgens een beroepspraktijkovereenkomst, worden in de loontabel voor leerlingen ingeschaald.

    Bron: artikel 1.12 en 4.9  
Wanneer is er een individuele loonsverhoging? Klik hier om de link naar deze vraag te kopiëren.

De opdrachtgever hanteert een beoordelingssysteem. De opdrachtgever informeert de werknemer vooraf over de wijze van beoordelen en de daaraan verbonden beloning (als die van toepassing is). 

Bron: artikel 4.5

Wanneer zijn er (initiële) collectieve loonsverhogingen? Klik hier om de link naar deze vraag te kopiëren.

Er zijn nog geen toekomstige initiële loonsverhogingen bekend.

Vergoedingen

Klik hier om de link naar dit onderdeel te kopiëren.
Welke (onkosten)vergoedingen kent de cao? Klik hier om de link naar deze vraag te kopiëren.

De cao kent de volgende (onkosten)vergoedingen:

  • Reiskostenvergoeding
    Leermeesters / begeleiders van leerlingen ontvangen een vergoeding voor de gemaakte reiskosten voor bijeenkomsten van SBB (Samenwerkingsorganisatie Beroepsonderwijs Bedrijfsleven). De hoogte van de vergoeding staat gelijk aan de kosten van het openbaar vervoer in de laagste klasse.
  • Aanwezigheidsdienst
    Als de werknemer aanwezig moet zijn op het werk, maar alleen hoeft te werken bij oproep, dan heeft de werknemer recht op een vergoeding. Deze bedraagt het wettelijk minimum (jeugd-)loon gedeeld door 48. Als de werknemer wordt opgeroepen, dan geldt het reguliere uurloon.

Bron: artikel 3.9, 5.8, 4.13 en 4.14

Welke inhoudingen kent de cao? Klik hier om de link naar deze vraag te kopiëren.

Op verzoek van de werknemer mag de werkgever de vakbond-jaarcontributie eenmaal per jaar verrekenen met het loon.

Ook de helft van de gedifferentieerde premie voor de WGA (Regeling werkhervatting gedeeltelijk arbeidsgeschikten) mag de werkgever inhouden op het loon.

Het netto uit te betalen loon mag door de inhoudingen niet onder het minimum (jeugd)loon komen.

Bron: artikel 4.15 en 6.1

Deel B: uitzendkrachten

Loontabellen

Klik hier om de link naar dit onderdeel te kopiëren.

Arbeidsduurverkorting en tijd-voor-tijdregeling

Klik hier om de link naar dit onderdeel te kopiëren.
Kent de cao een adv-regeling? Klik hier om de link naar deze vraag te kopiëren.

De cao kent geen adv-regeling.

Kent de cao een tijd-voor-tijdregeling? Klik hier om de link naar deze vraag te kopiëren.

De cao kent een tijd-voor-tijdregeling maar deze kan niet gehanteerd worden voor uitzendkrachten.

Fasesysteem en pensioen

Klik hier om de link naar dit onderdeel te kopiëren.
Bouwt een uitzendkracht pensioen op? Klik hier om de link naar deze vraag te kopiëren.

Vanaf 21 jaar bouwt een uitzendkracht pensioen op bij Stichting Pensioenfonds voor Personeelsdiensten (StiPP). In onderstaande bijlage lees je wanneer en welk soort pensioen een uitzendkracht opbouwt.

Bron: artikel 32 (ABU cao)

Een uitzendkracht doorloopt het fasensysteem. Hoe werkt dit fasensysteem? Klik hier om de link naar deze vraag te kopiëren.

De eerste 78 gewerkte weken zit een uitzendkracht in fase A. In deze fase mag de werknemer een onbepaald aantal tijdelijke contracten krijgen.

Na 78 gewerkte weken komt de uitzendkracht in fase B. Deze fase duurt 4 jaar, waarin de werknemer 6 contracten mag krijgen. 

Na fase B krijgt de uitzendkracht een contract voor onbepaalde tijd, dit noemen we fase C.

Bron: artikel 10 (ABU cao)

Vakantiedagen en vakantiegeld

Klik hier om de link naar dit onderdeel te kopiëren.
Hoe hoog is het vakantiegeldpercentage voor een uitzendkracht? Klik hier om de link naar deze vraag te kopiëren.

Een uitzendkracht heeft recht op 8,33% vakantiegeld.

Bron: artikel 18 (ABU cao)

Hoeveel vakantiedagen bouwt de uitzendkracht op? Klik hier om de link naar deze vraag te kopiëren.

De uitzendkracht heeft bij elke volledig gewerkte werkmaand recht op 16 2/3 uur vakantie. Dit komt neer op 25 vakantiedagen per jaar.

Een parttime werknemer heeft recht op een evenredig deel van het totaal aantal vakantiedagen.

Bron: artikel 26 (ABU cao)

Ziekte en verlof

Klik hier om de link naar dit onderdeel te kopiëren.
Hoeveel loon krijgt de uitzendkracht doorbetaald bij ziekte? Klik hier om de link naar deze vraag te kopiëren.

Het ziekengeld bij een lopende arbeidsovereenkomst is in het eerste jaar 90%, maar minimaal het wettelijk minimumloon. 

In het tweede jaar is het ziekengeld 80% en wordt het niet aangevuld tot het wettelijk minimumloon.

Bron: artikel 25 (ABU cao)

Is er sprake van een wachtdag? Klik hier om de link naar deze vraag te kopiëren.

Ja, wanneer een uitzendkracht zich ziekmeldt heeft hij één wachtdag. Dit houdt in dat de uitzendkracht op de eerste ziektedag nog geen recht heeft op ziekengeld.

Bron: artikel 25 (ABU cao)

Deel C: payrollkrachten

Loontabellen

Klik hier om de link naar dit onderdeel te kopiëren.

Arbeidsduurverkorting en tijd-voor-tijdregeling

Klik hier om de link naar dit onderdeel te kopiëren.
Kent de cao een adv-regeling? Klik hier om de link naar deze vraag te kopiëren.

De cao kent geen adv-regeling.

Kent de cao een tijd-voor-tijdregeling? Klik hier om de link naar deze vraag te kopiëren.

Ja, de cao kent de volgende tijd-voor-tijdregeling:

  • Wanneer een werknemer aan het einde van elke periode van 12 maanden meer uren heeft gewerkt dan gemiddeld is overeengekomen, kunnen deze uren binnen 6 maanden worden gecompenseerd in tijd voor tijd. Voor elk overwerkuur geldt 1 uur doorbetaalde vrije tijd.
  • Voor elk uur werken op een feestdag met uitloop van de dienst krijgt de werknemer ook 1 uur vervangende doorbetaalde vrije tijd.

Bron: artikel 3.14

Contracten

Klik hier om de link naar dit onderdeel te kopiëren.
Wanneer heeft de werknemer recht op een onbepaalde tijd contract? Klik hier om de link naar deze vraag te kopiëren.

De werknemer heeft recht op een onbepaalde tijd contract na 3 bepaalde tijd contracten en/of een looptijd van 3 jaar.

Bron: artikel 2.8

Wanneer is er sprake van een onderbreking van de ketenregeling? Klik hier om de link naar deze vraag te kopiëren.

Na een onderbrekingstermijn van tenminste 6 maanden begint de ketenregeling opnieuw.

Bron: artikel 2.8

Kent de cao een contractregeling voor seizoenskrachten? Klik hier om de link naar deze vraag te kopiëren.

Als seizoenkracht verricht je werkzaamheden van een bedrijfsfunctie die  gedurende een periode van ten hoogste negen maanden per jaar kan worden uitgeoefend. En niet aansluitend door dezelfde werknemer kunnen worden uitgeoefend gedurende een periode van meer dan negen maanden per jaar. 

Voor seizoenskrachten geldt dat er sprake is van een onbepaalde tijd contract na 3 bepaalde tijd contracten en/of een looptijd van 3 jaar.

Na een onderbrekingstermijn van ten minste 3 maanden begint de ketenregeling voor seizoenskrachten opnieuw.

Bron: artikel 1.10 en 2.9

Kent de cao een contractregeling voor bbl-ers of stagiairs? Klik hier om de link naar deze vraag te kopiëren.

Leerlingen komen met de leerbedrijven een arbeidsovereenkomst overeen voor ten hoogste 12 maanden. Er kunnen verschillende opeenvolgende arbeidsovereenkomsten met hetzelfde leerbedrijf worden afgesloten, op voorwaarde dat de beroepspraktijkvorming in hetzelfde leerbedrijf vervolgd wordt.

De arbeidsovereenkomst voor leerlingen en de beroepspraktijkovereenkomst zijn aan elkaar gekoppeld. Dit betekent dat de arbeidsovereenkomst eindigt zodra de beroepspraktijkovereenkomst eindigt.

Als de beroepspraktijkovereenkomst eindigt door het afleggen van een examen of het behalen van deelcertificaten, dan eindigt de arbeidsovereenkomst op de laatste dag van de looptijd van de arbeidsovereenkomst.

De beroepspraktijkovereenkomst van leerlingen op wie de Wet educatie beroepsonderwijs (WEB) van toepassing is, eindigt ook op grond van het bepaalde in de beroepspraktijkovereenkomst.

Tijdens de duur van de arbeidsovereenkomst kan een werknemer als leerling worden aangemerkt. Dat kan als de werknemer een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd heeft. In dat geval blijft de arbeidsovereenkomst in stand, ook als de beroepspraktijkovereenkomst afloopt of wordt beëindigd.

Bron: artikel 5.4, 5.6 en 5.7

Kent de cao een regeling voor uitsluiting loondoorbetalingsverplichting (ULV)? Klik hier om de link naar deze vraag te kopiëren.

De cao kent geen regeling voor uitsluiting loondoorbetalingsverplichting.

Alleen wanneer er sprake is van bestendig gebruik bij de opdrachtgever, mag de uitsluiting loondoorbetalingsverplichting in de eerste zes maanden van het contract toegepast worden.

Kent de cao een opzegtermijn? Klik hier om de link naar deze vraag te kopiëren.

De cao kent geen opzegtermijn. In dit geval gelden voor de werkgever en voor de werknemer de wettelijke opzegtermijnen. Als de werknemer wil opzeggen, geldt een opzegtermijn van één maand. Als de werkgever wil opzeggen, dan is de lengte van de opzegtermijn afhankelijk van de lengte van het dienstverband:

  • Is de werknemer korter dan 5 jaar in dienst, dan geldt een termijn van één maand.
  • Is de werknemer tussen de 5 en 10 jaar in dienst, dan geldt een termijn van twee maanden.
  • Is de werknemer tussen de 10 en 15 jaar in dienst, dan geldt een termijn van drie maanden.
  • Is de werknemer langer dan 15 jaar in dienst, dan geldt een termijn van vier maanden.

Bron: Artikel 7:672 BW

Vakantiedagen en vakantiegeld

Klik hier om de link naar dit onderdeel te kopiëren.
Hoeveel vakantiedagen kent de cao? Klik hier om de link naar deze vraag te kopiëren.

Werknemers hebben recht op 25 vakantiedagen per jaar. 

Bron: artikel 3.16

Kent de cao een regeling voor extra verlofdagen? Klik hier om de link naar deze vraag te kopiëren.

De cao kent geen regeling voor extra verlofdagen.

Hoe hoog is het vakantiegeld in de cao? Klik hier om de link naar deze vraag te kopiëren.

De werknemer heeft recht op 8% vakantiegeld. Dit mag periodiek of eenmalig in uiterlijk juni uitgekeerd worden. 

Bron: artikel 3.15 en 4.16

Kent de cao een feestdagenregeling? Klik hier om de link naar deze vraag te kopiëren.

De werknemer heeft recht op doorbetaling van loon op de volgende feestdagen:

  • Nieuwjaarsdag
  • Eerste en tweede paasdag
  • Koningsdag
  • Hemelvaartsdag
  • Eerste en tweede pinksterdag
  • Eerste en tweede kerstdag

Bron: artikel 3.11 

Ziekte- en (zorg)verlof

Klik hier om de link naar dit onderdeel te kopiëren.
Kent de cao een wacht- of verlofdagregeling bij ziekte? Klik hier om de link naar deze vraag te kopiëren.

De eerste dag dat de werknemer ziek is geldt als wachtdag. Per ziektegeval geldt er een wachtdag. Een ziekmelding binnen 4 weken na eerdere werkhervatting is hetzelfde ziektegeval. In dat geval kan niet opnieuw een wachtdag worden toegepast.

De wachtdag wordt niet toegepast bij ziekte als gevolg van een bedrijfsongeval of als gevolg van agressie en geweld tegen de werknemer.

Bron: artikel 7.1

Kent de cao een regeling voor loondoorbetaling bij ziekte? Klik hier om de link naar deze vraag te kopiëren.

Bij ziekte worden de volgende percentages van het loon doorbetaald:

  • Tot 95% van het maandloon gedurende de eerste 52 weken.
  • Tot 75% van het maandloon gedurende de daaropvolgende 52 weken.

Bron: artikel 7.2

Kent de cao een regeling voor kortdurend zorgverlof, calamiteiten of bijzonder verlof? Klik hier om de link naar deze vraag te kopiëren.

De verlofregelingen zijn in de cao terug te vinden in artikel 3.23.

 

Bonussen en eindejaarsuitkering

Klik hier om de link naar dit onderdeel te kopiëren.
Kent de cao een eindejaarsuitkering? Klik hier om de link naar deze vraag te kopiëren.

De cao kent geen eindejaarsuitkering.

Kent de cao (eenmalige) bonussen? Klik hier om de link naar deze vraag te kopiëren.

De cao kent geen (eenmalige) bonussen.

Kent de cao (eenmalige) uitkeringen? Klik hier om de link naar deze vraag te kopiëren.

De werknemer die op 31 december 2019 een feitelijk loon heeft boven het eindloon van de loontabel per 31 december 2019, ontvang per 1 juli 2020 een eenmalige uitkering van € 100 als hij:

  • op 1 januari 2020 3 jaar in dienst is;
  • in die drie jaar geen andere dan uit de cao of ander wettelijk voorschrift een loonaanpassing werd toegekend;
  • en in die jaren geen evident slechte schriftelijke beoordeling kreeg.

Deeltijders krijgen de uitkering naar rato.​

Bron: artikel 4.7